't Kampje
’t Kampje is een open terrein, in het centrum van het dorp. In de 1000 jaar dat Ouderkerk bestaat, is het nooit bebouwd geweest. Het was vroeger een weitje, dat behoorde bij de Portugees-Israëlitische begraafplaats. Maar het wordt al zo’n 150 jaar wordt niet alleen als weitje gebruikt. Op 21 maart 2026 is het nieuwe Kampje feestelijk ingewijd. Het plein was en is altijd hèt feestterrein van Ouderkerk. Het maakt deel uit van het Historisch Kwartier met 20 rijks- en gemeentelijke monumenten rondom.
-
’t Kampje is een open terrein, in het centrum van het dorp. In de 1000 jaar dat Ouderkerk bestaat, is het nooit bebouwd geweest. Het was vroeger een weitje, dat behoorde bij de Portugees-Israëlitische begraafplaats. Maar het wordt al zo’n 150 jaar wordt niet alleen als weitje gebruikt. Op 21 maart 2026 is het nieuwe Kampje feestelijk ingewijd. Het plein was en is altijd hèt feestterrein van Ouderkerk. Het maakt deel uit van het Historisch Kwartier met 20 rijks- en gemeentelijke monumenten rondom.52.2962288355 4.90387413252
- Dorpsgezichten
Veldje
Het woord ‘kampje’ is ontleend aan het Latijnse woord campus en bestaat alleen in de Ouderkerkse volksmond. Een ‘kamp’ heeft verschillende betekenissen, maar betekent vooral akker of veld. ’t Kampje is in de 1000 jaar dat Ouderkerk bestaat, nooit bebouwd geweest. Het was behalve parkeerplaats ook evenementenplein voor de jaarlijkse kermis, als geitenmarkt, festiviteiten op Konings-/Koninginnedag, het Zomerfestival, The Passion, de Pure markt etc. Ook waren er in de jaren ’30 plannen voor een ijsbaan op het plein. Maar door het jaar heen deed het plein vanaf 1950 voornamelijk dienst als parkeerplaats, helaas. Dit tot grote ontevredenheid van veel Ouderkerkers.
Historie
‘t Kampje behoorde heel lang bij hofstede De Hage (ook De Haegh genoemd). In 1614 werd op een deel van de grond van De Haegh de Portugees-Israëlitische begraafplaats Beth Haim (Huis van het Leven) gesticht. De boerderij werd later verplaatst naar de Dorpsstraat om uitbreiding van de Joodse begraafplaats mogelijk te maken. De oorspronkelijke boerderij stond vroeger aan de andere kant van de begraafplaats, waar nu het Rodeamentoshuis (aan de Bullewijk) staat. De landaankoop vond plaats in 1690. Maar toen waren er ook al moeilijkheden. Jacob van Harencarspel, de baljuw van Amstelland, verbiedt het om het aangekochte land als begraafplaats te gaan gebruiken. Pas op 8 juli 1700 beslissen de Staten van Holland en West-Friesland dat het als begraafplaats gebruikt mag worden. De weide was heel lang in gebruik bij de boerderij De Haegh aan de Dorpsstraat, van de familie Hogenhout. In de volksmond heette de boerderij Somberzicht. Tot 1917 keek de boerderij uit op de toenmalige, gemeentelijke begraafplaats aan de overzijde van de Dorpsstraat en aan de andere kant op Beth Haim.
Conflict
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodse gemeente ( de ‘Parnassim’) veel moeite moeten doen om de begraafplaats in stand te houden. Over de bestemming van ’t Kampje waren er grote verschillen van inzicht tussen de Joodse gemeente en de gemeente Ouder-Amstel. Deze verbood het begraven op ‘t Kampje, omdat die te dicht bij de bebouwde kom lag. De gemeente probeerde in de 20e eeuw meermaals de grond te kopen om een betere aansluiting te krijgen met het bedrijventerrein aan de overkant van de Bullewijk. Zelfs de rijksmonumentale Kerkbrug had ervoor moeten wijken. Het dorpsbestuur wilde dat de Portugese gemeente hiervoor grond zou afstaan. De Parnassim voelden hier niets voor: de joodse wet staat het ruimen van graven en verkoop van grond waarin is begraven, niet toe. De gesprekken verliepen in een slechte sfeer. Maar Beth Haim weigerde stelselmatig om het Kampje te verkopen. Het bleef tot 1950 eigendom van de Portugees-Israëlitische Gemeente. Toen werd het Kampje aan de Kerkstraat, waar geen graven liggen, kosteloos overgedragen. Dit om hun de goede te tonen.




