Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

slider

Sections

Voorbij

Hier vind u de beschrijvingen van tentoonstellingen die voorbij zijn.

 Van 6 mei 2017 tot juni 2018 De tentoonstelling "De oude Sluisvaart 100 jaar wonen en werken".

Met informatie over het ontstaan, huiselijk leven, turfwinning, sociaal leven, keramisch atelier van van Akkeren en de overgang naar een nieuwe Sluisvaart. ​

 

Vanaf 15 oktober 2016 de tentoonstelling Ouder-Amstels Omtrek de grens van nu in woord en beeld

Bovengenoemde tentoonstelling is vrijdag 14 oktober geopend door de burgemeester van Ouder-Amstel en zal voor het publiek toegankelijk zijn van

15 oktober 2016 tot eind mei 2017.

De hoofdmoot van het vertoonde bestaat uit een dertigtal panelen met als blikvangers boeiende  foto’s van Piet de Boer met betrekking tot natuur, landschap en historie langs de huidige gemeentegrens en haiku’s van Piet Roos die daar de essentie van heeft trachten te vangen.

Een detailkaart en een aparte foto waarop de grens ter plaatse staat ingetekend completeren het paneel. De expositie volgt de 32 km van de grens met de klok mee.

Centraal in de tentoonstelling een fraaie kaart van Ouder-Amstel en omgeving, waarop de grens en de plaats van de afbeeldingen duidelijk is aangegeven.

 

Er wordt een doorlopende film vertoond van een fietstocht langs de grens.

 

Ook ligt er wat smokkelwaar uit de tijd dat er nog accijns geheven werd tussen Ouder- en Nieuwer-Amstel, het huidige Amstelveen.

Ter gelegenheid van deze tentoonstelling heeft de Historische Vereniging Wolfgerus van Aemstel in de Historische Reeks nr. 7 uitgebracht  "Ouder-Amstels Omtrek".

 

 

Deze prachtige uitgave is verkrijgbaar in de Museumwinkel zie publicaties.

terug

In 2016 De Tentoonstelling "Prachtig Ambachtig"

Vanaf zaterdag 5 maart was de tentoonstelling "Prachtig Ambachtig" te bezoeken. Van een aantal oude beroepen werden er gereedschappen ten toon gesteld. De gereedschappen zijn uit de collectie van het Museum zelf maar ook hebben we veel mogen lenen van een aantal mensen uit de beroepen. Zij hebben het zelf nog gebruikt of familie heeft het in het verleden gebruikt. Het geeft een mooi beeld van de beroepen die vroeger in Ouder-Amstel werden uitgeoefend.

De turfsteker

De turfwinning in Ouder-Amstel is eeuwenoud. In de 13e eeuw werd er al turf gewonnen. Rond 1500 ging men over van het steken van de droge turf naar het baggeren. Dat duurde tot 1932 toen de veenderij De Toekomst zo goed als uitgeveend was.

 

 

 

 

In het ‘Turfhoekje’ liggen oude gereedschappen waarmee het veen werd gebaggerd en op de legakkers werd gedroogd en gestoken.

 

Kaasmaken

Van oudsher werd kaas in Ouder-Amstel op boerderijen gemaakt, later kwamen er fabrieken waar ook kaas werd bereid. Nu wordt de kaas vnl. in fabrieken gemaakt en de echte boerenkaas 'van de boerderij' verdwijnt steeds meer. Boeren vlakbij de stad Amsterdam werden destijds 'zoetemelksboeren' genoemd, die hun verse melk direct in de stad afzetten. Verder weg gelegen boeren heetten 'karnemelksboeren', die o.a. kaas maakten. Op de tentoonstelling laten we in woord en beeld zien hoe er vroeger kaas werd gemaakt op de boerderij.

Een grote schoolplaat van Jetses laat dat prachtig zien. Een melkbus en enkele melkvaten, lange tijd onmisbaar om de melk van de koe op te vangen en te verzamelen staan in de kaashoek. Enkele oude, houten kaasvaten zijn aanwezig, een houten kaaspers, een boterkarn en foto's over het maakproces. Hoewel op veel boerderijen mannen ook hielpen bij het kaasmaken, werd dit onderdeel van het boerenleven meestal door de boerin uitgevoerd. (Alle andere beroepen, die u op deze tentoonstelling ziet, zijn mannenberoepen)

 

De scheepsbouwer

Centraal in de tentoonstelling hangen twee glazen ramen afkomstig uit het kantoor van scheepswerf "De Amstel" met de afbeeldingen van de eerste scheepswerf aan de Sluisvaart (1871) en de laatste locatie op het Amsteleiland (vanaf 1933 tot eind jaren '90). Naast de ramen worden foto’s van personeelsleden, eigenaren en aldaar gebouwde schepen getoond.

 

 

De schoenmaker

In de ‘Polderkast’ is rechts een expositie van de schoenmaker ingericht. Veel oud gereedschap is tijdelijk ter beschikking gesteld door de lokale schoenmaker Richard Wagenaar, de huidige schoenmaker van het dorp, inmiddels de derde generatie Wagenaar.

In het verleden kwam het geregeld voor dat het schoenmaken als tweede beroep werd uitgeoefend, bijv. door de molenaars. In 1637 wordt de eerste schoenmaker in Ouder-Amstel genoemd.  

De timmerman-aannemer-molenmaker

Allerlei schaven, zagen, een winkelhaak en een paslood, een dommekracht en een wagenwip, dat alles stond op de zolder van het museum. Nu te zien!

Links in de ‘Polderkast’ is zelfs een schaaf uit 1737 tentoongesteld, maar die komt niet van zolder. Naast gereedschap ligt daar ook de portemonnee van timmerman Hendrik de Kort uit 1854.

Op de toonbank, onder de schaafkrullen, liggen ook een paar bouwtekeningen, want de timmerman-aannemer was soms ook opzichter van de gemeente en zette op alle bouwaanvragen z’n naam.

Bovenop de werkplaats van timmerman Rigter in Kerkstraat 42 stond zelfs een kleine windmolen waarmee in de werkplaats eronder met een riem de zaag- of de boormachine werd aangedreven.

Dat beroepen van vader op zoon, maar ook op dochter, werden doorgegeven blijkt uit het overzicht van 6 generaties timmerman-molenmaker De Heus-De Kort-Rigter, die tot rond 1955 in Ouderkerk gevestigd waren.

 

De smid

Een nagebootst smidsvuur is omgeven door een aantal smeedhamers,- tangen en andere gereedschappen, zoals een door smid Cuiper sr. zelf vervaardigde wielbandmeter. Een lampje en een roos zijn voorbeelden van het fijnere ‘sier’smeedwerk.

Aan de wand de historie van drie lokale smeden.

- 'De Oude Smidse', nu een bekend restaurant direct achter de Korte Brug, was van 1729 tot 1962 een smederij. Drie generaties Van Outersterp hebben er gedurende ruim honderd jaar gewerkt. Buiten is de travalje nog aanwezig, waarin de paarden van nieuwe hoefijzers werden voorzien en binnen zijn vele voorwerpen uit de smederij te zien, zoals de blaasbalg.

- Op de hoek van de Kerkstraat en de Dorpsstraat was tot 1930 een smederij gevestigd o.a. van de familie Van der Velden. Ruim vier eeuwen geleden (in 1618) was er daar al sprake van een smederij. In het huidige pand is een boekhandel gevestigd.

- In Duivendrecht was de smederij en wagenmakerij Schipperijn gevestigd. Begonnen in 1882 groeide deze uit tot een smederij, wagenmakerij en constructiewerkplaats. Het bedrijf werd in 1973 gesloten.

 

De loodgieter

In de vitrinekast van de loodgieter staat een loodgieterstas vol gereedschappen, verder oude lesboeken en een bijzondere verzameling ‘trotseerloodjes’. De loodgieter gebruikte deze bij het afdekken van de laatste opening in het dak. Deze werden ook wel ‘traceerloodjes’ genoemd en waren voorzien van de initialen van de loodgieter.

Verder staat er een ‘pinakel’. Deze zinken kunstwerkjes werden door de loodgieter gemaakt als de traditionele bekroning van de top van een dak of toren en als bescherming tegen inregenen.

 

 

 

 

Terug

De verhalen

Tijdens de tentoonstelling "Prachtig Ambachtig" zijn er een aantal vertellingen gehouden door ambachtslieden over deze oude beroepen.

Lees hier hun verhalen zoals opgetekend.

Henk Grimme: Spijkers op laag water zoeken  

 

 

Door Jan Gaasterland

In het Museum Amstelland vond afgelopen zaterdag de zesde en daarmee laatste presentatie plaats in het kader van de tijdelijke tentoonstelling ‘Prachtig Ambachtig’; ditmaal over de scheepbouw.

In het museum zijn twee ramen met voorstellingen te zien, afkomstig van de vroegere scheepswerf firma Baas die gelegen was op het eiland in de Amstel, even ten zuiden van Ouderkerk. Deze werf is begonnen in de (oude) Sluisvaart, werd verplaatst naar de Achterdijk, groeide ook daar uit z’n jasje en belandde uiteindelijk op het eiland in de Amstel.

Henk Grimme, geboren in Duivendrecht en al jarenlang vrijwilliger bij de museumwerf Het Kromhout in Amsterdam, vertelde het verhaal van de bouw van de grote VOC-schepen die op Indië en de West voeren. In het midden van de 17e eeuw stonden op de werven van de VOC in Amsterdam vaak drie of vier schepen tegelijk op stapel. In circa acht maanden tijd werd zo’n schip gebouwd! Er waren ongeveer 4000 man bij de bouw van zo’n schip betrokken: een formidabele logistieke prestatie. Tientallen specialisten leverden hun aandeel, van kielleggers tot blokkenmakers, van breeuwers tot mastenmakers.

Australische onderwater-archeologen ontdekten tien jaar geleden voor de Australische kust het wrak van een VOC-schip. Aan de binnenkant troffen ze geblakerd hout aan. Hun conclusie was: Er is brand ontstaan aan boord en daardoor is het schip vergaan. Totdat één van deze archeologen een bezoek bracht aan de Batavia, een replica gebouwd in Lelystad, waar met de oude technieken gewerkt werd. Groot was zijn verbazing om te zien hoe daar de planken van de scheepshuid gekromd werden: boven een open vuur, met gewichten verzwaard. De conclusie van ‘brand aan boord’ als oorzaak van het vergaan, kon de prullenmand in.

Er zijn vele spreekwoorden en gezegden die op schepen en scheepsbouw slaan. Ook het ‘spijkers op laag water zoeken’ komt daar vandaan. Als een schip te water werd gelaten, werden vervolgens de krullenjongens bij eb het water ingestuurd om de spijkers, die tijdens de bouw in het water waren gevallen, eruit te halen. Spijkers werden toen nog met de hand gesmeed, en het loonde zeker ze op te vissen.

Henk Grimme werd met een hartelijk applaus en - inmiddels traditie – met een ambachtelijk kaasje bedankt.

Tot en met 9 oktober is de tentoonstelling ‘Prachtig Ambachtig’ nog in het Historisch Museum te zien. Een week later gaat de tentoonstelling over de grenzen van de gemeente Ouder-Amstel van start.

terug

Bij firma Compier wordt niet op een houtje gebeten

 

 

door Jan Gaasterland

In het Museum Amstelland vond zaterdag 2 juli de vijfde vertelling plaats, ditmaal over het oude ambacht timmerman. Herman Compier was deze middag de verteller. 

Het familieverhaal vertelt dat de familie Compier afstamt van Franse Hugenoten, dat moet haast wel met zo’n Franse naam. De archieven laten zien dat de eerste Compier in Ouderkerk  in 1864 is neergestreken, in de Kerkstraat, komend uit Vinkeveen.

Werk als metselaar bracht Hein hierheen, metselen aan de Urbanuskerk van Cuipers. Toen die klus in 1867 klaar was, bleef Hein Compier in Ouderkerk om aan de Amstelzijde als timmerman aan de slag te gaan. Hij was een veelzijdig vakman. De firma is altijd op de Amstelzijde gebleven.

Achterkleinzoon Herman arriveerde voor de vertelling bij het Museum in een prachtige oude auto, volgeladen met  nog ouder gereedschap. Ook had hij een lijst met foto's bij zich van de verschillende Compiers die in de loop der tijden de zaak hebben geleid: Hein, Jan, Hein, Jan (samen met broers Wim en Herman), en nu  weer een Hein, die samen met neef Paul de leiding van het aannemers/timmerbedrijf heeft.  Bij elk stuk gereedschap had Herman  z’n verhaal, en dat waren er nogal wat. Met een rabatschaaf uit 1770 had hij zelf nog vaak gewerkt omdat deze zo lekker in de hand lag. Maar ook vertelde hij dat de firma met z’n tijd meeging. De eerste machine werd in 1924 aangeschaft. Toen hoefde niet alles meer met mankracht te worden ‘aangedreven’! Tegenwoordig bel je de leverancier om balken of platen hout geleverd te krijgen, destijds stond je uren te werken om ze zelf te maken. Het hout werd  vroeger per schip uit Leiden aangevoerd. Spijkers (handgesmeed!) werden bij de smid in Nieuwkoop besteld, en die werden een week later per transportfiets geleverd. Herman liet zien hoe een hoekverbinding met een spie muurvast gemaakt werd.

De huidige firma Compier is sterk in restauratiewerk. Veel panden in en rond Ouderkerk hebben zij onder handen gehad, ondermeer Wester Amstel, Paardenburg, Het Jagershuis en onlangs Garage 45 aan de Amstelzijde. Elk pand heeft z’n eigen afmetingen en vraagt om maatwerk. Dat levert Compier in een 'handomdraai'. Daar kan geen fabriek in raamkozijnen tegenop. Ook maakt de firma veel dakkapellen en andere aanbouwen rond nieuw- en bestaande bouw. Op een vraag uit de zaal hoe je over grotere afstanden waterpas kunt werken, verklapte Herman een timmermanstruc, de slangenwaterpas. Hij wist het publiek er zeer mee te boeien.

Herman werd hartelijk bedankt voor zijn verhaal en kreeg een passend 'Prachtig Ambachtig' cadeautje: het Hollands boerenkaasje.

terug

Een heet hangijzer? Niet voor smid Jan Cuiper

 

 

door Jan Gaasterland

Zaterdag 11 juni 2016 stroomt het Historisch Museum aan de Kerkstraat in Ouderkerk snel vol.  De tentoonstelling Prachtig Ambachtig toont ook oude gereedschappen van de smid.

Die gereedschappen en alles wat om het vak heen speelt, brengt smid Jan Cuiper tot leven.

Het begon in 1933, toen de vader van Jan Cuiper als dertienjarige van school kwam. Het was crisistijd en vader Jan was blij dat hij een baantje vond bij smid Outersterp, die toen nog de smidshamer zwaaide in wat nu de ‘Oude Smidse’is.  In 1957 kocht hij een stuk boomgaard van boer De Graaf aan de Achterdijk en bouwde daarop een woonhuis en een smederij annex werkplaats. 'Veel te groot' was de mening van de omstanders. Later in 1967 werd er vervolgens een écht grote loods gebouwd, die nu nog steeds uitstekend dienst doet. Vader Jan bewerkte het ijzer nog met hamer en smidsvuur, zoon Jan heeft die oude vuurplaats onlangs geruimd. Zijn werkplaats staat nu vol met een keur aan machines die de vele soorten metaal bewerken, van zeer klein tot machtig groot. Jan vertelt met grote vakkennis over de veranderingen die de smederij ondergaan heeft. Van aambeeld naar freesmachine naar computer gestuurde snijmachines.

Grootvader Jan, - ze heten allemaal Jan, die Cuipers - , was veenwerker in Mijdrecht. Hij was de snelste turfsteker van allemaal. Z’n geheim was dat hij z’n eigen gereedschap had gemaakt, precies op maat en niet te zwaar. Kleinzoon Jan is ook zo’n uitvinder. Ook hij maakt graag z’n eigen gereedschap. Hij puzzelt net zo lang tot hij een oplossing heeft gevonden voor een technisch probleem. Of hij komt met een machine op de markt die slechts 30 kilo weegt in plaats van de gebruikelijke van 200 kilo. Hanteerbaar in je eentje. Wat dat niet bespaart!

De vragen uit de (museum)zaal waren zeer divers. Van de samenstelling van staalsoorten, via het verwerken van schroot, naar de regelgeving opgelegd door de Europese Unie, en of er ook stageplekken bij Jan op het bedrijf zijn voor jongens en meiden die dit prachtige vak in willen. Ook daar kwamen mooie verhalen over. Jan Cuiper staat er er in zijn bedrijf niet alleen voor. Echtgenote Lisette is ook van menige markt thuis en werkt volop mee. Inmiddels is ook de derde generatie in het bedrijf werkzaam. Ditmaal géén Jan, maar zoon Mark, net zo bevlogen!

Met een hartelijk applaus wordt Jan bedankt voor zijn interessante verhaal en duidelijke uitleg op de vele vragen. Voor de aanwezigen was het een leerzaam verhaal over het smidsvak van vroeger en nu.

Op 2 juli komt timmerman Compier over zijn vak vertellen

terug

Loodgieter Jan Lenior liet zich niet uit het lood slaan

 

 

door Willemies van der Velden

In het Museum Amstelland vond op 21 mei 2016 opnieuw een vertelling plaats in het kader van de tentoonstelling Prachtig Ambachtig. Deze keer was het Jan Lenior, die zijn leven lang loodgieter is geweest. Het grootste deel van zijn werkend leven was dat in Amsterdam, maar de laatste vijf jaar deed hij zijn werk in Ouderkerk, waar hij inmiddels ruim twintig jaar woonachtig is. Jan heeft vele verhalen over wat hij als loodgieter heeft meegemaakt. Het is een vak met een brede invulling: dakwerk, riolering, gasleidingen, verwarming en water(sanitair). Als jongen van 13 jaar ging Jan al aan het werk, eerst bij een goudsmid en na een paar jaar maakte hij de overstap naar het loodgietersvak.

Hij is begonnen om een aantal jaren bij een baas te werken, maar in 1965 is hij voor zich zelf begonnen. Het bedrijf is nu bij de volgende generatie in de familie. Vroeger waren de materialen veel duurder dan nu, terwijl de personeelskosten veel lager waren. Vroeger moest je zelf de regenpijpen maken uit een plaat zink, nu worden die kant en klaar aangeleverd. Vroeger werd er veel meer gesoldeerd, nu wordt met klemkoppelingen gewerkt. Hij heeft de overgang van lood naar koper meegemaakt. Nu wordt er veel met pvc gewerkt. Vroeger werden traceerloodjes bevestigd als afronding van het loodgieterswerk. Veel bedrijven hadden een eigen traceerloodje, zo ook Jan. (In het museum is bij de tentoonstelling   een aantal oude traceerloodjes te zien).                                                                           

De loodgieter doet zowel veel werk onder de grond als op het dak. Jan vertelde dat er vroeger nogal eens ongelukken voorkwamen: het viel niet altijd mee om de zware rollen van asfalt -papier op het dak te krijgen en te bevestigen; daarna moest er een laag gloeiend heet teer overheen, en als dat afgekoeld was, kwam er  een laag grint over. Met een katrol werd alles omhoog gehesen. Nu wordt alles met een hoogwerker naar boven gebracht. Vele uren heeft Jan onder de grond doorgebracht in kleine kruipruimtes om riolering, gasleidingen of verwarming aan te leggen. Zowel bij mensen thuis als bijv. in het voormalige Burgerziekenhuis. Jan eindigt zijn verhaal dat bij zijn vak tegenwoordig veel elektronica komt kijken.

Hij kijkt terug op een mooie loopbaan. Door de vele vragen liet hij zich niet 'uit het lood' slaan. Met een hartelijk applaus werd hij bedankt voor zijn verhaal.

De volgende verteller is smid Jan Cuiper uit Ouderkerk, die zaterdag 11 juni, om 16.00 uur naar het museum komt.

terug

Schoenmaker Richard houdt zich bij zijn leest

 

door Jan Gaasterland

In het Historisch Museum van Ouder-Amstel vond zondagmiddag 1 mei 2016 de tweede vertelling plaats in een reeks van zes over oude ambachten: de Schoenmaker.

Richard Wagenaar, Meesterschoenmaker gevestigd op het Sluisplein, bracht via een powerpoint presentatie een boeiend verhaal over drie generaties schoenmaker dat begon bij zijn grootvader Johan. Direct na de Eerste Wereldoorlog begon Johan een schoenmakerijtje op de nu reeds lang gesloopte Sluisvaart. En ondanks dat hij geen opleiding had genoten wist hij zich het vak eigen te maken en een grote klantenkring te verwerven. Richards vader Piet trad in de voetsporen van z’n vader, maar hij vestigde zich in Amsterdam-Zuid. Vier reeds aanwezige schoenmakers in Ouderkerk was Piet toch wat teveel.

Kleinzoon Richard zag in de jaren negentig wel z’n kans in Ouderkerk. Hij startte zijn zaak op het Sluisplein en is in het jaar 2000 op het plein verhuisd, maar er wel gebleven; geregeld denkt hij even terug aan z’n grootvader op de Sluisvaart.

Er zijn grote verschillen in het werken als schoenmaker tussen vroeger en nu. Vroeger werd het leer in grote vellen (croupons) geleverd, waarbij de schoenmaker dan zo zuinig mogelijk het benodigde leer voor een schoen moest uitsnijden. Tegenwoordig wordt een ‘halve zool’ kant en klaar geleverd. Richard liet de aanwezigen een ‘leest’ zien, "waar de schoenmaker zich bij moet houden". Dat is niet zo’n ‘ijzeren drievoet’ die in de volksmond voor een leest wordt gehouden, deze heet namelijk een klinkvoet. De leest is een houten voet waar de schoen op gefabriceerd wordt.

Het aantal schoenmakers - of beter gezegd schoenherstellers- is in Nederland de laatste jaren enorm gedaald tot tegenwoordig circa 600 ondernemingen. Schoenen worden vrijwel niet meer in Nederland gefabriceerd vanwege de hoge arbeidslonen.

Richard heeft naast het eigenlijke schoenmakerswerk ook een klantenkring opgebouwd betreffende allerlei aparte reparaties waarbij leer een rol speelt, zoals bij de pommerance van een biljartkeu, of het bekleden van kussens/zittingen voor de lokale fysiotherapeut en fitness studio.

En bij echte winters is hij uiteraard druk met schaatsen slijpen.

Via de computer (facebook) wordt er veel meer samengewerkt met andere schoenmakers, velen hebben een specialisme, zodat ze elkaar kunnen informeren en ook adviseren. Richard is aangesloten bij het 'Schoenmakersgilde', wat een hoger kwaliteitsniveau van werken inhoudt, waar ook jaarlijks op wordt gecontroleerd. In dat verband mag hij zich Meesterschoenmaker noemen.

Allerlei vragen uit het publiek werden enthousiast beantwoord en vormden een leuke afsluiting van het verhaal over dit mooie ambacht.

Met een ambachtelijk gemaakt kaasje werd Richard bedankt voor deze boeiende middag.

terug

'Zelf kaas maken was illegaal'

 

Piet de Nooy vertelt in het Historische Museum Ouder-Amstel over hoe vroeger kaas gemaakt werd op de boerderij

MlRJAM TE BRAKE   Weekblad Ouder-Amstel

OUDER-AMSTEL - Vanaf begin maart is in het Museum Amstelland de expositie 'Prachtig Ambachtig' te zien, met gereedschappen en verhalen over oude beroepen, die in Ouder- Amstel werden uitgeoefend. Een voorbeeld daarvan is het op traditionele wijze kaasmaken op de boerderij, dat in onze regio nauwelijks meer voorkomt. Piet de Nooy van boerderij Amstelland vertelde afgelopen zaterdagmiddag in het museum over dit mooie ambacht, dat zijn ouders uitoefenden.

Toen hij de boerderij overnam was het kaasmaken op de boerderij verdwenen en overgenomen door de fàbriek. Maar zijn vrouw Corrie bleef op kleine schaal kaas maken. Piet de Nooy vertelde, dat het illegaal was om zelf kaas te maken en dat zijn ouders een flink risico namen. 'Het was verplicht om alle melk van de koeien aan de fabriek te leveren, want Amsterdam was een grote afzetmarkt. Ook dacht men, dat er niet hygiënisch werd gewerkt op de boerderij. Maar het ging natuurlijk om het geld en als bleek, dat de boer minder melk leverde, dan volgde er een fikse boete.' Alleen in de meimaand kon de boer smokkelen: 'Door het verse gras en de geboorte van kalfjes gaven de koeien meer melk en dan konden mijn ouders minstens tien liter melk achterhouden, om één kaas voor eigen gebruik te kunnen maken. Mijn eerste herinnering is uit mei 1943, toen mijn ouders kaas wilden maken als ruilmiddel voor bijvoorbeeld graan, dat zij niet verbouwden. Er Zijn controles geweest en mijn ouders hebben eens een waarschuwing gehad. De kaaspers is echter nooit ontdekt, die was ingenieus verstopt!' Uit het verhaal van Piet de Nooy blijkt, dat het op traditionele wijze kaasmaken op de boerderij een zeer arbeidsintensief proces is, waarbij veel kan misgaan. Maar dat gaf en geeft de specifieke en wisselende smaak van de échte boerenkaas, die gelukkig nog steeds wordt gemaakt in onder meer· andere delen van Noord-Holland, ZuidHolland en Utrecht.

Als dank voor zijn verhaal ontving Piet de Nooy uit handen van Jan Gaasterland een smakelijk voorbeeld daarvan uit De Beemster.

De volgende lezing in deze reeks gaat over het schoenen repareren; Richard Wagenaar vertelt hierover in het museum op zondag 1 mei om 16 uur

terug

In 2015  was de tentoonstelling : Ouder-Amstel: tussen Hemel en Aarde te zien.

Een overzichtsexpositie met vergezichten vanaf de kerktoren in Ouderkerk a/d Amstel.

Uitgangspunt is de verschenen uitgave "Ouderkerkse Vergezichten" welke verkrijgbaar is in het museumwinkeltje.

Hierin schetsen drie auteurs de veranderingen in het landschap rondom Ouderkerk aan de Amstel in de loop van enkele eeuwen hebben plaatsgevonden.

Eén van deze auteurs, de heer Willem Drooghwater, klom met tussenpozen van 100 jaar op de toren van de Amstelkerk en keek in het rond om de veranderingen vast te leggen.

terug

Share |